Eerste Mus-e dag met FoAM (2014)

freshness:

We hadden veel op het programma staan en moesten dus opschieten.

Eerst kregen de kinderen een rondleiding in onze ruimte: het laboratorium, de bibliotheek, de logeerkamers en natuurlijk ook de keuken.

Toen vroeg ik wat kunst is. Alkan zei dat kunst voor hem een ervaring is, een situatie waar magie en realiteit samenkomen. Voor een van de kinderen betekende kunst de uitdrukking van gedachten, voor anderen ging het om wat mooi is.

En wat is dan kunst-in-de-keuken? Is gewoon lekker eten kunst? Of moeten we nog iets extra doen? En wat zullen wij tijdens dit traject doen? Veel vragen en veel gedachten.

Toen heb ik hen verteld dat ons atelier zou gaan over 'eetbaar en niet eetbaar'.

We speelden een spelletje uit mijn kindertijd. Het is heel simpel. De leider zegt een woord en gooit tezelfdertijd een balletje naar iemand. Als het woord iets eetbaars aanduidt, moet je het balletje vangen; als het op iets slaat wat niet eetbaar is, laat je het vallen.

Appels, stoelen, kip – dat was nog makkelijk. Maar toen passeerden ook rupsen de revue, sprinkhanen, hout, schimmels, bloemen enzovoort – en dat ligt niet meer zo voor de hand.

Daarom gingen we proeven. Zure melk (yoghurt), schimmels (blauwe kaas), hout (zoethout), slap geworden groenten (kimchi) ...

De kinderen lustten niet alles, maar het was wel interessant om erover te praten. Michka legde uit wat er gebeurt met groenten als ze gefermenteerd worden: bij fermenteren komt zout met de groenten in contact en activeert een heleboel micro-organismen. Die micro-organismen eten sommige van de groentencellen op en produceren zelf weer andere cellen, die voor ons zuur smaken.


 

Wij keken ook door de microscoop.

Colacellen werden direct herkend, maar lookcellen bleken de mooiste.

En toen was het tijd om te koken.


Een tafel ging aan de slag met fruit, een andere met groenten. Niets moeilijks: alles gewoon schillen en snijden. Fruit in de kom voor een fruitsalade, groenten in een pot voor een soep.

 

Terwijl de soep aan het broebelen was, maakten we de eerste kunstwerkjes. Daartoe gebruikten we de schillen van de groenten en het fruit. De kinderen – in drie groepjes nu - legden de schillen op even veel grote stukken papier, als een mozaïek. Ze maakten verschillende kleurpatronen met het rood van de ui en het oranje van de wortelen, en verschillende vormen met dikke mangoschil en paarswitte rapen.

De kinderen hadden er plezier in en de bladeren waren snel vol. Maar daarmee was het niet af. De werkjes moeten rusten en drogen, tot onze ontmoetingsdag met de andere school binnenkort. Pas dan zullen we zien wat het resultaat is.


 

 

Na de lekkere soep en zoetzure fruitsalade maakten we nog iets voor onze komende bijeenkomsten: een pot met gefermenteerde groenten en een andere met gefermenteerd fruit. Daar zullen we pas van proeven op het einde van het traject.


 

 

Zo heb ik het graag. Soms dit is kunst voor mij. Je maakt iets heel simpels en laat het gewoon staan.

Ik werk het liefst met dingen die groeien, veranderen, transformeren, iets anders worden. Het resultaat is pas na een tijdje zichtbaar.

Je kan op voorhand niet weten wat het zal worden, of het zal lukken of niet. Het is in elk geval een spannend proces met altijd een interessante uitkomst.

 

http://www.flickr.com/photos/foam/sets/72157640457123804/