Herinneringen aan Smoke & Vapour

freshness:


Het begon al nog voor we binnen waren: aan de ingang van de zwaar metalen voordeur rookte de wierook. Eens binnen lieten we onze handen in geurig lauwwarm water glijden, waarna we ze tussen de plooien van een stijf gestoomd wit damasten tafellaken te drogen konden leggen. De kelners leidden ons hun wereld van rook en stoom verder binnen; ze schreden, ze fluisterden ons toe, ze knielden neer om een warm geworden steen in water te laten glijden, ze lieten de steen stomen door er uit aarden kommen meer water op te gieten, ze namen de theelichtjes één voor één van de grond om ze op de tafels per vier samen te zetten, ze waren voorkomend en zorgzaam. De live soundtrack knisperde ons toe uit kleine speakers, die met de kelners meewandelden; hij maakte bij wijlen muziek met de uitgesproken namen van de ingrediënten die we tot ons namen. Van de onwennigheid van staand roze (gerookte) champagne te nuttigen in het bijzijn van binnendruppelende onbekenden, over de zoete eenzaamheid van jij, je stoel, je kaarsje, je goed in de hand liggende kom gerookte mosselsoep, je kelner die je toefluistert dat je je ogen mag sluiten, tot de convivialiteit van het makkelijke gesprek aan het dessertbuffet. Tussen stoel van soep en staan van zoet zat de tafel per vier. Weggeleid uit het betrekkelijke duister naar die tafel, was de zwijgzaamheid vanzelfsprekend, geenszins geforceerd. Per vier was op dat moment het enige wat ons bond het eten, dat gaandeweg meer gemeenzaam werd gepresenteerd. De ‘tuin’, met het schepje waarmee de kelner een beetje moeizaam vier stukken probeerde op te delven, zorgde voor stil gelach, alsof iemand een knipoog ter tafel had gelegd. Het gesprek kwam langzaam op gang, eerst fluisterend, zoals ons was voorgedaan, maar langzamerhand meer levendig. Toen een kelner de deuren naar het dessertbuffet open gooide, hadden onze stemmen hun kracht weer helemaal teruggevonden. We schaarden ons, drinkend, etend, pratend, rond de desserttafel, blij dat ‘das Fressen’ die avond eerst was gekomen en dat de ‘small talk’ geen kans had gezien om zich als een ongenode gast aan onze tafels te nestelen.